serieus

Ik ben nooit zo van het Internetten geweest. Chatten is ook al nooit mijn hobby geweest en verder heb ik altijd gedacht dat het opdoen van virtuele contacten een soort van leegte is die hiermee makkelijk opgevuld kon worden. Dat het me weinig tot niets opleverde, bleek wel toen ik op een datingsite stond. Via die site heb ik iemand ontmoet, en achteraf kan ik wel zeggen dat ik naar de innerlijke stem van mijn gevoel had moeten luisteren die fluisterde: ‘Niet aan beginnen, jij doet dagelijks je contacten in the real life wel op’. Maar goed, je verveelt je en lacht je dood om alle mails die je ontvangt van wanhopige mannen die op zoek zijn naar een moeder, schoonmaakster, fotomodel, sexgodin of alles in één en besluit maar eens een keer tot een blind date. Die relatie was achteraf geen lang leven beschoren en dus was het time to move on, weg van die rare site en lang leve de rol. Na een maandje stuur je maar een mailtje naar een medelogger die je totaal niet kent, en voor je het weet is het raak.

En dus ga ik eventueel trouwen en verhuizen naar Amsterdam, of komt hij naar mij en gaan we samenwonen, of blijven we latten. Hij vraagt me wekelijks ten huwelijk, en gezien de aard van het karakter van dit aanzoek neem ik dit serieus. Want als iemand voor het eerst van zijn leven een vrouw ten huwelijk vraagt, en daarnaast zegt dat hij nooit zoiets heeft meegemaakt, dat dit een openbaring is en dat hij geen idee had dat zoiets bestond, dan voel je je wel gevleid natuurlijk.

Ik denk erover te stoppen met loggen op deze website. Ik heb nog genoeg te vertellen, maar gezien het intieme karakter zal ik tezijnertijd misschien een nieuw log openen waar ik mijn zieleroerselen aan kan toevertrouwen zonder dat iedereen mee kan lezen.

Degene die ik een kijkje gun in mijn privé-zaken zal ik in ieder geval per email op de hoogte stellen. Mocht iemand er in geinteresseerd zijn, natuurlijk. Grote kans dat geen hond het wil lezen, maar de intensie is goed.

november 20, 2008
By on 23:45
Vangnet

Ik werk in de sociale sector waarbij het mijn taak is mensen te voorzien van het sociale vangnet in de vorm van een uitkering. Nu heeft iedereen natuurlijk een reden om niet te kunnen, of hoeven werken. Met name die eerste groep, zij die niet kunnen vanwege ziekte of andere ingrijpende zaken wil ik hierbij niet noemen. Zij zijn tenslotte de mensen voor wie ik het doe. De mensen voor wie dit vangnet bedoeld is. Helaas is er ook een groep die wél kan, maar niet wil. Het verbaast me soms te zien dat er regelmatig mensen bij zijn met een HBO- of academische opleiding die het gewoon verdommen. Die boos worden als het geld een dag later komt, of die zich voortdurend beroepen op hun psychische problemen die al twintig jaar spelen.

Ik ben nogal nuchter van aard wat dat betreft. Heb behoorlijk wat shit meegemaakt, en vraag me dan ook regelmatig af waarom deze mensen niet in staat lijken te zijn zichzelf een ferme schop onder de (luie) kont te geven. Ik ben voor een sociale staat waar men helpt waar nodig is. Ik ben tegen de afbraak van dit sociale stelsel, zoals nu gebeurt. Maar als u eens wist hoeveel misbruik er plaatsvindt in deze sector, dan kun je wel stellen dat de goeden onder de kwaden lijden. En dat vind ik een bedenkelijke zaak. Want hoewel ik me regelmatig boos maak over het beleid met betrekking tot de bezuinigingen, durf ik ook te stellen dat mensen nu eens de hand in eigen boezem zouden moeten steken en zich afvragen of het nu niet genoeg is geweest. We dienen allemaal ons steentje bij te dragen voor diegenen die echt niet kunnen. En die groep, dat raakt mij het meest, is hier de dupe van.

oktober 6, 2008
By on 17:15
Ernstig

Hoe langer ik leef, hoe groter de grap. Doodmoe ben ik van mensen die zichzelf voortdurend op de borst slaan. Die zichzelf Oh Zo Intellectueel vinden en intussen niet snappen dat ze een karikatuur van zichzelf zijn geworden.

Die denken de wijsheid in pacht te hebben en anderen menen te moeten vertellen hoe dingen moeten. MOETEN! Rot op met je moeten! Als ik me bedenk hoeveel tijd en energie er verloren is gegaan in de contacten die ik heb gehad met mensen die zich prima met me hebben vermaakt, ter meerdere ere en glorie van zichzelf, voel ik me gewoon onpasselijk worden. Ik ben het tegengekomen. Arrogantie en eigendunk, verscholen onder een dun laagje beschaving, charmant en invoelend, en ondertussen lijdend aan een grootheidswaan die zijn weerga niet kent. Opgesloten in hun eigen frustraties ‘niemand begrijpt me’, pratend over zichzelf, 24/7 opgezadeld zittend met zichzelf, zichzelf wijsmakend dat zichzelf een fantastische zichzelf is, zeurend, jammerend, zanikend, zelfmedelijdend, sturend, manipulerend, en denkend aan zichzelf zich bedenkend hoe het in Godsnaam kan dat niemand anders het ziet. Het type mens dat als jij er genoeg van hebt en je durft te zeggen wat jij er nu eigenlijk van denkt, dan ook nog zegt: ‘Dit zegt natuurlijk meer over jou dan over mij’.

En nu even iets geheel anders. Ik las laatst een verontrustend stukje waarin wetenschappers beweren dat 20 procent van de managers lijdt aan een ernstige psychische aandoening. Deze aandoening zorgt er voor dat dit type mens graag wil managen. Een soort drang die voortkomt uit geldingsdrang, veroorzaakt door een minderwaardigheidscomplex of anders. Nou, dat was wel even schrikken!

september 25, 2008
By on 22:22
Privacy

In mijn straat worden de gevels en kozijnen geschilderd. Ergens begin maart van dit jaar werd ik middels een brief hiervan op de hoogte gesteld. Men zou in de eerste week van april beginnen. Ik zou mijn balkon vrij moeten maken om de schilders in de gelegenheid te stellen de boel op te knappen. Niets is natuurlijk minder waar, er was gedurende de afgelopen vijf maanden geen schilder te bekennen. Helemaal niet erg, de zaak ziet er nog keurig uit.

Afgelopen vrijdagmorgen echter toen ik opstond, bleek er plots schot in de zaak te zijn gekomen. Niet dat ik daar erg in had, want toen ik mezelf mijn bed uit sleepte om een bak koffie te gaan halen in de keuken tegen een uurtje of elf ‘s morgens, zag ik plots een witte gedaante naar binnen staren. Ik zag het terwijl ik van de keuken terug liep naar mijn slaapkamer. Natuurlijk was ik me er ten volle van bewust dat ik volledig naakt was. Het enige dat ons scheidde was het raam met een opgetrokken rolgordijn en open gordijnen. Ik loop regelmatig naakt door mijn huis, domweg omdat ik geen inkijk heb. Mits er iemand ongeoorloofd op mijn balkon staat natuurlijk. En zoiets kan natuurlijk een keer gebeuren, en dat is het dan ook niet. Waar ik wél van baal is dat die schilders hier al een tijdje her en der bezig zijn en me te pas en te onpas roepen, nafluiten, nastaren en onderling dingen zeggen die over mij gaan. En dan wel zo hard genoeg, dat ik het kan verstaan. Iedere dag als ik uit mijn werk kom word ik ermee geconfronteerd. En nu kan één van die jongens lekker zeggen dat ie me naakt heeft gezien en hebben ze weer iets om over te lullen. Normaal gesproken ben ik er niet zo boos over, maar ik voel me verdomme niet eens meer op mijn gemak in mijn eigen straat. Die klootzakken hadden moeten melden dat ze zouden beginnen en met hun poten van mijn spullen afblijven, in plaats van alles ongevraagd te verzetten om vervolgens brutaalweg naar binnen te staren.

Ik ben niet preuts, maar hecht wel veel waarde aan mijn privacy. En mijn boosheid werd alleen maar erger toen ik constateerde dat er bij mijn buren wél een brief op de deur hing waarin werd medegedeeld dat men er rekening mee moest houden dat er schilders op het balkon zouden zijn. 

september 14, 2008
By on 17:09
Bromsnor

Ik kan met recht zeggen dat ik helemaal ben bijgekomen de afgelopen twee weken op mijn werk. Daar was ik dan ook wel aan toe na een hectische drukke vakantie waarin behoorlijk wat fun is gepropt. De laatste dagen in Parijs met zoonlief waren dan ook the limit. Die was overigens niet te houden. Na een reis door Amerika, een trip door Parijs en de aankoop van een scooter, besloot meneer ook nog naar Zeeland te gaan met zijn vrienden. Leuk op de scooter een weekje chillen bij een vriend wiens ouders een te gekke extra tent hadden opgezet. Aan deze vakantie kwam helaas voortijdig een einde. One of the guys was zo slim om met een lege krat bier rond te sjouwen die hij gejat had, werd door oom agent op zijn vingers getikt waarop hij besloot het hele zaakje op te pakken en een nachtje te laten brommen. Of ze gedronken hadden? Nee, echt niet mam.. En daarna was de vakantie voorbij. Iedereen naar huis en geschrokken en wel een poosje onder curatele. Zo gaat dan nu eenmaal als je zestien bent.


" Adolescentie is het groeistadium waarin een perfect normaal kind plots gaat lijken op een buitenaards wezen."
Joyce Armor

augustus 29, 2008
By on 21:54
Hoera

Hoera, morgen weer weekend. Nog één dagje werken en ik laat een zware week achter me van weinig slaap en een helse koppijn die drie dagen heeft aangehouden. Gelukkig lijkt de ellende nu voorbij en kan ik me verheugen op een goed weekend. Met mijn vriendin ga ik morgenavond naar een bluesfestival. Daarnaast kreeg ik zojuist een smsje van een vriendje die ik al lang niet meer gezien en/of gesproken heb. Dus daar heb ik ook maar meteen een date mee morgenavond. En ondanks de dikke Dodge van mijn ex die ik mag lenen en die hij niet meer terugkrijgt, hebben we besloten op de fiets de stad in te gaan. Verder heb ik vandaag besloten om de komende tijd te gaan ontstressen na een jaar van afzien in mijn vorige baan en andere zaken die me niet lekker zitten. Mijn nieuwe baan bevalt uitstekend en over een week ben ik lekker drie weken vrij. Laat die zon maar komen, ik ben er klaar voor!

juli 17, 2008
By on 17:21
**slik**

Morgen vertrekken ze naar Amerika. Mijn zoon, zijn vader en een vriend. Ze zijn van plan een hele berg staten te doorkruisen. De steden die ze van plan zijn aan te doen zijn in ieder geval Chicago, Memphis, Tulsa, Kansas, Los Angeles, Las Vegas en San Francisco. Ik zal er nog wel een hoop vergeten zijn maar vanmiddag duizelde het me even. Via de laptop van mijn ex viel ik van het ene natuurgebied in het andere, en zag ik hoe goed hij zich heeft voorbereid. Zijn maatje kwam ook nog even binnenvallen met een op de valreep gehaald paspoort. Ik heb mijn laatste euries omgewisseld voor dollars en mijn zoon gezegd dat lekker te verbrassen.

Toen volgden nog een aantal instructies met betrekking tot de verzorging van de kat en andere zaken die waargenomen dienen te worden: ‘Nee, niet alleen eten geven, ook doen alsof ik jou ben en met hem op de bank gaan zitten kroelen enzo. Me knowz..En ja, natúúrlijk ga ik in jouw muziek/film collectie snuffelen’.

Morgenvroeg breng ik ze naar Schiphol. In de grote auto van mijn ex. Een enorme Dodge waarin ik vanmiddag een proefrit maakte. ‘Dan kan je effe oefenen, want hij is nogal breed enzo’. Nou, dat heb ik geweten. Ik reed met mijn ex de snelweg op en zag nog net het grijnzende gezicht van zijn maatje die tegelijk met ons vertrok.

Na een dodenrit over de A16 waarbij het zweet me in de handen stond en ik leuk keuvelend tegen mijn ex zei dat die auto heel erg lekker reed, vroeg ik me af hoe hij het in Godsnaam al die tijd heeft overleeft in die wagen. Uit veiligheidsoverweging heeft dat ding een stalen kooi waar je U tegen zegt. En dat mag ook wel, want je ziet verder niets. Waar je ook kijkt, allemaal auto en geen snelweg. Ja, de spiegels hoor ik u denken. En das waar natuurlijk, maar ik ben er nog zo eentje die ook nog wel eens over een schouder kijkt. Niet nodig in de Dodge, het enige dat ik zie is de dure bekleding van het interieur. En verder is het in vergelijking met mijn oude onlangs verpatste, en bij nader inzien smalle Hyundai maar afwachten of je ergens langs en/of tussendoor kan.

Mijn ex is dik tevreden. ‘Nou, ik maak me geen zorgen, tot morgenochtend 6 uur’. En ik piep: ‘Weetjewat? Rijdt jij dan maar heen, ik kom wel thuis met die auto’.

Het is een raar gevoel dat mijn kind zich morgen aan de andere kant van de Oceaan bevindt. Maar anderzijds gun ik het hem zo dat ik alleen maar blij ben dat hij steeds de kans heeft om naar verre landen te gaan. Want het is niet verkeerd om op je zestiende de (oude) Route 66 te rijden met je avontuurlijke pa.

**slik**

juli 9, 2008
By on 17:38
Weet je nog?

Beste Tom,

Weet je nog van toen we jong waren? Dat jij en ik op dezelfde school zaten en we elkaar vonden omdat we onszelf eigenlijk allebei een beetje boven de rest van de klas vonden staan. We waren best een beetje verwaand, wat dat betreft. Ik zie je nog voor me. Een lange zwarte leren jas en een hanenkam. Helemaal te gek natuurlijk! En ik zie je nog verbaasd opkijken toen ik de klas in liep. Nu was ik wel gewend aan aandacht sinds ik had besloten mezelf van Barbie te transformeren in Lucifera, met zwarte lederen kleding, en witte haren. Sexy, mooi en uitdagend, vond ik zelf. Provocerend, onverschillig en brutaal, vond de rest.

Weet je nog dat je me altijd ‘Prinses van mijn dromen’ noemde als je me zag? Dat we samen striptekeningen maakten en iedere dag bij elkaar zaten om te dromen van een grote carriere als striptekenaar en schrijver? Dat jij zoveel blowde dat je op het laatst alleen nog maar grijnzend door het leven ging en dat ik, eigenlijk wars van alle dope, heel af en toe een joint uitprobeerde om te zoeken naar dat gevoel wat volgens jou zo goed was? Weet je nog dat ik me rotschrok toen je zei dat je smoor op me was, al minstens twee jaar, en dat ik je zo inspireerde? En dat ik toen lachend mijn schouders ophaalde en zei dat je niet zo stom moest doen? Dat ik daarna afstand van je nam en je in je sop gaar liet koken nadat je besloot een kunstopleiding te gaan doen. Ik liet niets meer van me horen.

Weet je nog die keer, zes jaar later, dat je min of meer je gram haalde toen de gelegenheid zich per toeval voordeed? Ik zie het nog zo voor me. Die avond had ik een wild feestje in een studentenhuis ergens in de stad. Omdat ik aan het eind van de avond niet zo goed meer op mijn benen kon staan bood één van de studenten me een kamer aan van iemand die er die week niet was. Een aanbod dat ik met beide handen en met dubbele tong aangreep. Het was hartje zomer en bijzonder warm. Dus besloot ik mezelf in het geheel te ontkleden en zo op bed te gaan liggen. Het laken, het enige dat zich op dat bed bevond, gooide ik in mijn alcoholische roes in de hoek van de kamer.

Nooit zal ik vergeten hoe ik de volgende morgen wakker werd. Nadat ik ergens vaag een gestommel op de trap hoorde, zag ik ineens hoe de deur van de kamer werd opengegooid. En jezus, Tom! Daar stond jij! Je schrok zo mogelijk nog erger dan ik toen je me daar, zes jaar na dato, naakt op dat bed zag liggen. Je mompelde zoiets van: ‘Yo, nooit gedacht dat ik je ooit nog zou zien’, en trok verschrikt de deur dicht. Het duurde precies drie seconden tot die deur weer openvloog. Met niets anders dan mijn naaktheid en een laken in de hoek van de kamer gleed jouw blik langzaam over me heen. ‘Zo’, sprak jij. ‘Dat me dit nog mag overkomen. Blijf maar lekker liggen hoor Prinses, ik doe niets, ik kijk alleen maar want das wel het minste na die jarenlange frustratie’. Ik zei niets, maar lag met een boei zo rood als een tomaat de hele situatie te verwerken. Lachend deed je de deur weer dicht en begreep ik dat het toeval er toe had geleid jou op het idee te brengen een bezoekje af te leggen bij je vriend.

Dus Tom, je snapt wel, dat was best genant. Ik bedoel, gevoel voor humor had je altijd wel, dus je zult hier achteraf wel om gelachen hebben. En misschien had ik dit ook wel verdiend, want eerlijk is eerlijk, ik heb je destijds gewoon laten stikken en dat was helemaal niet netjes van me. Daar heb ik later écht wel effe over nagedacht en dat wou ik je even laten weten.

Met vriendelijke groet,

Michelle

juli 3, 2008
By on 00:47
Magic Moments

Op zestienjarige leeftijd voer mijn eerste reis naar Zwitserland. Ik kon meerijden met een bevriende familie en zou ergens op een camping onderweg gedropt worden. Een Amerikaanse legercamping met een vliegbasis voor straaljagers. Niet echt een luxe bedoening, maar wel passend in mijn moeizaam bij elkaar verkregen budget voor deze reis.

Vier weken heb ik ervoor staan zwoegen in het rabarberveld van een boer. ‘s Morgens om zes uur beginnen, ‘s middags om vier uur klaar. Iedere dag togen we met een groep jongeren aan het werk om de oogst zo snel mogelijk binnen te halen. In lange banen ploegden we door het veld, om aan het einde van de dag uitbetaald te worden in harde klinkende guldens. Omdat ik al een beetje tietjes had en met rode lippen op dat veld stond te ploeteren, trapte de boer in mijn verhaal dat ik negentien was. Dat leverde me mooi een tientje per uur op, in plaats van de zes gulden die me anders zouden toekomen.

Eenmaal op de camping in Zwitserland aangekomen stond ik met mijn kleine tentje tussen de enorme amerikaanse campers van de gezinnen uit Amerika die daarbinnen hun eigen kleine oorlogen uitvochten. Het werd me al vroeg duidelijk dat ik het onder geen beding met een militair zou aanleggen. Te macho, te hard. Met mijn tentje bivakkeerde ik aan de rand van het zwembad waar amerikaanse kinderen ‘s morgens vroeg werden ingejaagd zodat de mamma’s nog even een flink nummertje konden maken met hun straaljagerpiloten. Dat gebeurde meestal zo rond zes uur ‘s morgens want ook de ladies wisten inmiddels heel goed hoe in de houding te springen en zich te onderwerpen aan het strakke militaire regime waarin ze al dan niet vrijwillig de klos waren. Hierna gingen de dames aan de koffie en de donuts, stegen de straaljagers vanaf hun startbaan op en scheerden rakelings over mijn drijfnatte kleine tentje dat trillend uit zijn haringen werd gerukt. Na dit een paar dagen te hebben ervaren besloot ik dan ook maar om naar een berg verderop te wandelen. Zo op het oog leek ie niet al te ver weg, ik schatte zo in dat het me een paar uur zou kosten om er te komen. De reis bleek anderhalve dag te duren, maar met voldoende proviand, een goede conditie en een kabelbaantje voor het laatste stuk was het heel goed te doen.

Doodop en hevig transpirerend van de hete zon, liep ik het laatste stukje naar de bergtop. Gekleed in een t-shirt en spijkerbroek bedacht ik me dat niemand me hier kon zien en ik net zo goed even mijn shirt uit kon trekken. Maar alle gedachten hierover verdwenen meteen toen ik mijn ogen opsloeg en met overslaand hart het schouwspel voor me gadesloeg. Het overweldigende uitzicht benam me de adem. Ik voelde een allesomvattende verwondering en een diep ontzag voor de wereld die zich voor me uitstrekte. Daar bovenop de top van die berg begon mijn hart te bonzen van opwinding. Tot in het oneindige zag ik besneeuwde bergtoppen en hoorde ik alleen het ruisen van de wind die zacht om zich heen blies. Hier wilde ik voor altijd blijven. In deze serene wereld waarin de zon een glinsterende weerkaatsing gaf aan de eeuwigdurende sneeuw en waar tijd en ruimte geen enkele rol speelde. Waar niets er meer toe deed. Het grootse van de schoonheid en het besef van mijn eigen nietigheid drong ten volle tot me door. De pracht van dit land, het onbeschrijflijke gevoel om daar alleen te staan en de glanzende magie van dat moment, is me altijd bijgebleven.

En misschien komt het door dit moment en deze ervaring op jonge leeftijd dat ik het altijd fijn ben blijven vinden om in stilte dingen te beleven. Er was tenslotte niemand die naast me stond en dit moment kon verstoren. Niemand die me vertelde op welke bergtop ik stond, in welk gebied ik me bevond en hoe dit allemaal was onstaan. Niemand die zei: ‘Mooi hé? Moet je daar eens kijken..’.  Niemand om mij mijn magische moment te ontnemen omdat er verteld moest worden over dit alles, of gedeeld. Gewoon de stilte, mijn eigen belevingswereld en mijn magie. Want iedereen beleeft de dingen anders, voor de één is het belangrijk de zaken te benoemen, erover te praten en te delen. En voor de ander is voelen, de glans, ervaren en beleven, de mooiste magie.

Ik behoor tot de laatste categorie. Later, toen de Amerikanen me vroegen waar ik gebleven was wees ik naar de bergtop. ‘Oh, you’ve been to the Jungfrau..’ werd er gezegd. Ik haalde mijn schouders op en kroop mijn tentje in. Wat nou ‘Jungfrau’, dacht ik. Ik ben in het paradijs geweest, en dat kan niemand me ooit nog ontnemen.

juni 28, 2008
By on 14:28
Vrouwenpraat

Gisterenavond was ik te gast op de bruiloft van een vriendin, een bijzonder leuke ervaring, want het betreft een Turkse vriendin en dus was ik één van de weinige Nederlandse gasten. Op mijn vraag wat te dragen antwoordde ze: ‘Come as you are’. En dat deed ik. Inclusief kort zwart jurkje, en hooggehakte laarzen, mijn haren in de krul en een smile op mijn face, keek ik toe hoe ze door het gangpad liep aan de arm van haar bruidegom. Voor mijn gevoel was zij de gelukkigste en mooiste vrouw op aarde. De tranen schoten zowaar in mijn ogen. Ik vind het dan ook een hele eer te mogen getuigen bij de huwelijksvoltrekking op het stadhuis, want dat heeft ze me gevraagd. Het aantal gasten op de bruiloft was talrijk, honderden, en de sfeer was uitbundig en vrolijk. Een meer dan geslaagd feest met mijn vriendin in het middelpunt, als een soort sprookjesprinses. Ze genoot ervan.

En let’s face it: Diep in ons hart blijven we ergens toch allemaal wel girlies. Ik kan er dan ook van genieten om mezelf in mooie jurkjes te hijsen, op te tutten en alweer een paar hoge hakken aan te schaffen. Dat ultra-vrouwelijke gevoel wat dat geeft is gewoon mooi, en het effect dat het geeft is dan ook mooi meegenomen!

juni 16, 2008
By on 16:35